Opletten met de 80%-regel bij de berekening van de IPT.

Sinds tweede helft van vorig jaar zijn er significant meer controles op pensioenplannen voor bedrijfsleiders. Specifiek in het geval van premieverhogingen en inhaalbijdragen (backservice), maar in zekere mate ook in de plannen met gewone reguliere stortingen. Hierbij baseert de fiscus zich op een excel-rekenblad van hun interne studiedienst, gecombineerd met alle data beschikbaar in MyPension. 
 
In het verleden werd er binnen de IPT-context vaak voor gekozen enkel rekening te houden met de carrière binnen de huidige onderneming (en niet met de facultatieve jaren buiten de onderneming – met een maximum van 10 jaar). Bijgevolg dan ook niet rekening houdende met de kapitalen opgebouwd in andere ondernemingen.  Met de opbouw van het verleden werd wel rekening gehouden wanneer de nieuwe/andere vennootschap ook voor het verleden premies betaalt.  Anders zou men twee keer een opbouw genieten.   
De fiscus controleert vanuit haar oogpunt echter blijkbaar nu enkel rekening houdende met de volledige carrière (incl maximum 10j buiten de onderneming) en constateert hierbij dus overschrijdingen van de 80%-grens. De fiscale administratie accepteert hierbij dus niet langer de stelling dat de opgebouwde kapitalen in het verleden (buiten de onderneming) buiten beschouwing mocht worden gelaten aangezien die carrièrejaren niet werden meegeteld bij de nieuwe onderneming. Volgens hen moeten voortaan alle kapitalen altijd in rekening worden gebracht. En dat geeft sinds eind vorig jaar plots heel wat overschrijdingen.  
 
Dit geeft onbillijke gevolgen.
 

Voorbeeld 

 
X die op zijn 45ste overstapt van vennootschap A naar vennootschap B. Stel dat X zijn volledige loopbaan, van 25 tot 65 jaar, doorbrengt in onderneming A en de 80 %-grens hem toelaat een pensioenkapitaal van 400.000 euro op te bouwen. In
vennootschap A heeft hij tijdens de voorbije 20 jaar effectief al een verworven pensioenkapitaal opgebouwd van 200.000 euro. 
Volgens de nieuwe redenering van de fiscus kan X daardoor niets meer sparen voor zijn pensioen in vennootschap B. Ervan uitgaande dat X in vennootschap B evenveel verdient als in vennootschap A, bedraagt de theoretische 80%-grens bij
vennootschap B voor de resterende 20 jaar eveneens 200.000 euro. Maar de 200.000 euro die X in vennootschap A al heeft opgebouwd, wordt daarvan nu blijkbaar afgetrokken. 
Was X in vennootschap A gebleven, dan zou X bij zijn pensionering 400.000 euro IPT uitbetaald krijgen. 
Door halfweg te veranderen, krijgt X bij zijn pensionering door vennootschap A 200.000 euro (gekapitaliseerd tot dan) uitgekeerd en door vennootschap B nul euro.
 
Kortom de kans is reëel dat ook u hiermee geconfronteerd zal worden.  Allicht zal dit nog een vervolg kennen : Assuralia (verzekeringssector) zal dit niet zomaar laten passeren en er zijn, naar verluidt, al enkele procedures lopende.
 
Wordt vervolgd, maar zo ben je toch al op de hoogte.
 
Bij vragen , geef gerust een seintje.