Meerwaardebelasting 2026: wat ligt er op tafel?

Meerwaardebelasting 2026: wat ligt er op tafel?

financieel & accountancy juridisch & fiscaal

In ons vorig artikel gaven we reeds een overzicht van de aangekondigde meerwaardebelasting op financiële meerwaarden (hierna: de “solidariteitsbijdrage”). Intussen is het voorontwerp van wet door de ministerraad goedgekeurd en voor advies naar de Raad van State gestuurd. De geplande inwerkingtreding blijft 1 januari 2026. In wat volgt lichten we de voornaamste modaliteiten en voorwaarden uit het voorontwerp toe.

 

1. Toepassingsgebied

De solidariteitsbijdrage is in essentie een belasting op gerealiseerde meerwaarden op financiële activa. Vandaag blijven zulke meerwaarden bij particulieren vaak onbelast, zolang ze voortkomen uit het normaal beheer van privévermogen. Met de invoering van dit nieuwe regime wordt dat principe verlaten.

De heffing zal van toepassing zijn op:

  • natuurlijke personen die onderworpen zijn aan de Belgische personenbelasting;
  • rechtspersonen die vallen onder de Belgische rechtspersonenbelasting (zoals vzw’s en stichtingen).

Vennootschappen zullen dus buiten het toepassingsgebied vallen. Ook instellingen die erkend zijn om fiscaal aftrekbare giften te ontvangen, zijn expliciet uitgesloten.

 

2. Welke financiële activa zijn belastbaar?

Het toepassingsgebied is breed. Onder de noemer “financiële activa” vallen onder meer:

  • aandelen en obligaties,
  • fondsen en trackers (ETF’s),
  • bepaalde levensverzekeringen (tak 21, 23 en 26),
  • crypto-activa (bv. bitcoin, ether, stablecoins),
  • valuta, inclusief beleggingsgoud.

Pensioenfondsen en groepsverzekeringen vallen niet onder deze nieuwe belasting. Deze kennen een eigen fiscaal stelsel. Enkel effectieve overdrachten onder bezwarende titel (zoals een verkoop) zijn belastbaar. Een loutere waardestijging zonder verkoop blijft derhalve onbelast.

De regeling geldt bovendien enkel voor transacties buiten het beroepskader. Wie beroepsmatig handelt in financiële activa, bijvoorbeeld professionele traders, vermogensbeheerders in eigen naam of vennootschappen met een actieve beleggingsactiviteit, blijft belast in de sfeer van de beroepsinkomsten.

Schenkingen en erfenissen zijn uitgesloten. Bij een latere verkoop door de begiftigde of erfgenaam kan echter wel belasting verschuldigd zijn.

 

3. Drie regimes met elk hun logica

Het voorontwerp maakt een onderscheid tussen drie grote categorieën. Het is belangrijk te weten in welke categorie een verrichting valt, aangezien dit de fiscale behandeling volledig bepaalt.

          1. Het algemeen regime

Voor alle meerwaarden op financiële activa die niet onder een bijzonder regime vallen (zie b) en c)), geldt het algemene tarief van 10%.

Daarbij is voorzien in een jaarlijkse voetvrijstelling van € 10.000 (te indexeren). Beleggers die deze vrijstelling niet benutten, kunnen gedurende vijf jaar telkens € 1.000 overdragen, zodat in totaal een vrijstelling tot maximaal € 15.000 kan worden opgebouwd. Deze vrijstelling moet steeds via de belastingaangifte worden geclaimd.

          2. Bijzonder regime: aanmerkelijk belang

Wanneer de belastingplichtige op het moment van de verkoop minstens 20% van de rechten in een vennootschap bezit, treedt het regime van het aanmerkelijk belang in werking.

De eerste € 1 miljoen aan meerwaarden is dan vrijgesteld, te spreiden over vijf jaar.

  • Op de meerwaarden boven die grens gelden dan volgende progressieve tarieven:
    • 1,25% tussen € 1 miljoen en € 2,5 miljoen,
    • 2,5% tussen € 2,5 miljoen en € 5 miljoen,
    • 5% tussen € 5 miljoen en € 10 miljoen,
    • 10% op het meerdere.
  • Bij verkoop aan een niet-EER-vennootschap geldt een afzonderlijk tarief van 16,5%, mét de vrijstelling van € 1 miljoen maar zonder de progressieve schijven.

De tariefschijven starten telkens opnieuw bij een verkoop in een ander belastingjaar. Met andere woorden: als de eerste schijf volledig benut werd bij een eerdere verkoop, wordt bij een volgende verkoop in het daaropvolgende aanslagjaar opnieuw vanaf de eerste schijf gerekend.

Wie minder dan 20 % bezit, valt onder het algemene regime (1).

          3. Bijzonder regime: interne meerwaarden 

De derde categorie betreft de zogenaamde interne meerwaarden. Dat zijn meerwaarden die ontstaan wanneer een belastingplichtige aandelen verkoopt aan een vennootschap die hijzelf controleert, al dan niet samen met naaste familieleden tot de tweede graad. Typisch voorbeeld: de overdracht van aandelen aan een eigen holding.

Omdat de wetgever wil vermijden dat belastingplichtigen langs die weg de belasting kunnen uitstellen of ontwijken, worden deze interne meerwaarden belast tegen een tarief van 33%. Er geldt geen voetvrijstelling en dus zal de volledige meerwaarde belast worden. Voor de situatie van een inkoop van eigen aandelen geldt een bijzondere regeling. De meerwaardebelasting zal slechts verschuldigd zijn in de gevallen waarbij de inkoop geen aanleiding geeft tot een belastbaar dividend.

          4. Minderwaarden

Binnen elk van de drie voormelde categorieën kunnen gerealiseerde verliezen worden verrekend met de gerealiseerde meerwaarden, maar enkel binnen hetzelfde belastbare tijdperk en binnen dezelfde categorie.

 

4. Belastbare basis en waardering 

De belastbare basis van de solidariteitsbijdrage is het positieve verschil tussen de voor de overgedragen financiële activa ontvangen prijs en de aanschaffingswaarde van die financiële activa. 

Net over die aanschaffingswaarde (en de waardering hiervan) rijzen tal van vragen. Hoe hoger ze immers ligt, hoe lager de belasting bij een latere verkoop. Voor de bepaling van die aanschaffingswaarde zal er gekeken worden naar de waarde op 31 december 2025.

Welke waarderingsregels precies gelden, hangt af van het soort actief dat je bezit (hierna worden reeds twee categorieën overlopen):

  • voor beursgenoteerde activa dient rekening te worden gehouden met de slotkoers op 31 december 2025 (dit is eenvoudig te bepalen);
  • voor niet-beursgenoteerde activa zijn er meerdere methodes toegelaten en moet het hoogste genomen worden van:  
    • de prijs die volgt uit een reële transactie of kapitaalverhoging in 2025 tussen onafhankelijke partijen;
      • een waarde die voortvloeit uit een reeds bestaande contractuele waarderingsformule of uit een bindend verkoop- of aankoopbod dat op 1 januari 2026 nog geldig is;
      • een berekening volgens de wettelijke standaardmethode van de fiscus: eigen vermogen + 4 × EBITDA van het laatste boekjaar (dit is de standaardformule die de wetgever aanreikt).
      • alternatief: onafhankelijke waardering door een bedrijfsrevisor of gecertificeerd accountant voor eind 2026. 

Kort samengevat: Word je geconfronteerd met een contractuele waarderingsclausule of bindend bod dat op 1 januari 2026 nog geldig is? Dan ben je verplicht deze waarde in jouw waardering te betrekken. Alleen door tijdig te kiezen voor een onafhankelijke waardering (uiterlijk 31 december 2026) kan je hiervan afwijken.

Is jouw historische aanschaffingsprijs hoger dan de waarde op 31.12.2025, dan kan je die hogere basis nog vijf jaar hanteren. Nadien geldt enkel nog de waarde per 31 december 2025.

 

5. Inning & formaliteiten

Voor het algemene 10%-regime zal doorgaans een Belgische financiële instelling automatisch een heffing aan de bron inhouden. Wie echter optimaal gebruik wil maken van de vrijstelling of de aftrek van minderwaarden, kan kiezen voor een opt-out: in dat geval wordt er niets aan de bron ingehouden en verloopt de afrekening volledig via de aangifte.

Deze keuze moet expliciet en unaniem worden gemaakt door alle titularissen van de rekening(en).

Voor interne meerwaarden en transacties met een aanmerkelijk belang bestaat geen keuzemogelijkheid: die moeten altijd via de aangifte worden aangegeven.

 

6. Wat betekent dit voor u?

In dit artikel hebben wij de voornaamste modaliteiten van de nieuwe solidariteitsbijdrage voor jou samengevat. Daarmee is het kader geschetst, maar in de praktijk brengt deze regeling ook belangrijke uitdagingen met zich mee.

💡Om je daar tijdig inzicht in te geven, organiseren wij op 14 oktober een online webinar voor iedereen. Tijdens deze sessie lichten wij de nieuwe regeling uitvoeriger toe en staan wij stil bij de voornaamste aandachtspunten en mogelijke pijnpunten (zoals de waardering van niet-beursgenoteerde aandelen, de impact voor familiebedrijven, de exitheffing, … ). Zo ben je goed voorbereid om vóór de inwerkingtreding van 1 januari 2026 met kennis van zaken beslissingen te nemen.

Dieter Bruneel
Dieter Bruneel
Teamlead juridisch, fiscaal & corporate finance

Vind een kantoor in je buurt

Vind gemakkelijk een kantoor bij jou in de buurt en maak een afspraak voor een persoonlijk gesprek

Meer juridisch & fiscaal

Ga naar nieuws & wetgeving